Terug naar Nieuws

Trans4Num bij SPNA: natuur als motor voor een toekomstbestendige akkerbouw

Laatst gewijzigd op 6 november 2026

Kan de natuur zelf een groter deel van de nutriëntenvoorziening, gewasweerbaarheid en bodemgezondheid verzorgen? Binnen het Europese Horizon-project Trans4Num onderzoekt SPNA samen met WUR en internationale partners hoe Nature-Based Solutions (NBS) kunnen bijdragen aan een landbouwsysteem met minder emissies, een hogere biodiversiteit en een grotere onafhankelijkheid van externe productiemiddelen. De eerste resultaten laten zien dat natuurlijke processen veel potentie hebben, maar ook dat er nog belangrijke kennisvragen openstaan.

Op de proeflocaties Ebelsheerd en Kollumerwaard ligt de focus op plantaardige bemesting, vlinderbloemigen, groenbemesters en organische bodembedekking. Deze maatregelen moeten niet alleen nutriënten leveren, maar ook bijdragen aan een veerkrachtiger agro-ecosysteem. Daarmee verschuift de aandacht van enkel bemesting naar het optimaal benutten van ecosysteemdiensten.

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het gebruik van luzerne- en grasklaverproducten als alternatief voor minerale meststoffen. Op Ebelsheerd worden pellets van deze gewassen ingezet als aanvullende bemesting van wintertarwe. De eerste ervaringen laten zien dat dergelijke biomassa een waardevolle bron van stikstof kan vormen, terwijl tegelijkertijd organische stof aan het systeem wordt toegevoegd. Hierdoor wordt niet alleen gekeken naar opbrengst en productkwaliteit, maar ook naar de opbouw van bodemvruchtbaarheid op langere termijn.

Minstens zo interessant is het effect op het bodemleven. Regenwormen, schimmels, bacteriën en andere bodemorganismen vormen de motor achter de vrijstelling van nutriënten uit organische stof. Door regelmatig plantaardige biomassa aan te voeren, ontstaat meer voedsel voor deze organismen. Een actief bodemleven kan zorgen voor een betere bodemstructuur, meer waterbergend vermogen en een efficiëntere nutriëntenkringloop. Juist deze biologische processen onderscheiden NBS-systemen van systemen die vooral afhankelijk zijn van direct werkende kunstmeststoffen.

Ook op de Kollumerwaard wordt gebruikgemaakt van natuurlijke processen. Hier zijn aardappelruggen afgedekt met stro, vers gras of grasklaverkuil. Deze bodembedekking heeft meerdere functies tegelijk. Enerzijds kan zij de aantrekkelijkheid van het gewas voor bladluizen beïnvloeden en daarmee mogelijk bijdragen aan een lagere virusdruk. Anderzijds levert het afbrekende plantmateriaal organische stof en voedingsstoffen aan de bodem. De proeven laten zien dat dergelijke maatregelen potentie hebben als onderdeel van een geïntegreerde aanpak, maar dat de effecten op bladluizen en virusoverdracht tot nu toe onvoldoende betrouwbaar zijn om als zelfstandige maatregel te dienen. In de pootaardappelteelt geldt immers een nagenoeg nultolerantie voor virusinfecties. Daardoor blijven aanvullende maatregelen noodzakelijk, waaronder een zorgvuldige monitoring van bladluizen en, indien nodig, inzet van chemische gewasbescherming. Natuurgebaseerde oplossingen kunnen daarmee een waardevolle aanvulling vormen, maar vervangen de huidige virusbeheersing vooralsnog niet volledig.

Naast bodemgezondheid biedt de aanpak kansen voor biodiversiteit. Het gebruik van vlinderbloemigen zoals luzerne en grasklaver vergroot de variatie in het bouwplan en creëert voedsel- en schuilmogelijkheden voor bestuivers en natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Ook een rijker bodemleven draagt bij aan biodiversiteit onder het maaiveld. Daardoor ontstaat een landbouwsysteem waarin productiviteit en natuurwaarden elkaar kunnen versterken.

Hoe verhouden kosten en baten zich op de lange termijn?

Voor boeren is niet alleen de biologische werking van belang, maar ook het financiële plaatje. Aan de kostenkant staan de teelt van grasklaver of luzerne, het oogsten, verwerken en uitrijden van de biomassa. Ook vraagt de aanpak extra kennis en management. Daartegenover staan mogelijke besparingen op kunstmest, een lagere afhankelijkheid van externe inputs, een betere bodemvruchtbaarheid en meer opbrengststabiliteit in jaren met droogte of andere weersextremen.

Daarnaast kunnen maatschappelijke voordelen ontstaan door minder nutriëntenverliezen naar grond- en oppervlaktewater, meer koolstofvastlegging en een grotere biodiversiteit. De uitdaging is dat veel van deze baten pas na meerdere jaren zichtbaar worden, terwijl de kosten vaak direct gemaakt moeten worden. Daarom is langdurig onderzoek nodig om de werkelijke kosten-batenverhouding van NBS-systemen te bepalen. Daarbij moeten niet alleen opbrengsten en kosten worden meegewogen, maar ook bodemkwaliteit, risicoreductie en ecosysteemdiensten.

Openstaande onderzoeksvragen

Hoewel de eerste resultaten veelbelovend zijn, blijven er belangrijke vragen over:

-Hoe betrouwbaar is de stikstoflevering uit plantaardige meststoffen onder verschillende weersomstandigheden?
-Welke veranderingen treden op in biodiversiteit boven- en ondergronds na meerdere jaren toepassing?
-Hoe ontwikkelt het bodemleven zich en welke rol speelt dit bij nutriëntenbenutting en ziektewering?
-Wat zijn de effecten op koolstofopslag, waterbergend vermogen en klimaatbestendigheid?
-Welke combinatie van NBS-maatregelen levert de beste verhouding tussen kosten en opbrengsten op?
-Wanneer is het optimale moment om groenbemesters te vernietigen zodat het volggewas maximaal profiteert van de vrijgekomen nutriënten?
-Kunnen opbrengstverschillen tussen plantaardige en gangbare bemesting verder worden verkleind?
-In welke mate kunnen natuurgebaseerde maatregelen bijdragen aan de beheersing van bladluizen en virusziekten in pootaardappelen, en welke combinatie met bestaande gewasbeschermingsmaatregelen is nodig om te voldoen aan de strenge kwaliteitseisen van de sector?

 

Conclusie

De Trans4Num-proeven van SPNA laten zien dat Nature-Based Solutions veel meer zijn dan een alternatief voor kunstmest. Ze combineren nutriëntenvoorziening, stimulering van bodemleven, verhoging van biodiversiteit en verbetering van de weerbaarheid van het teeltsysteem. De eerste resultaten zijn positief, maar de echte uitdaging ligt in het aantonen van de langetermijnvoordelen en het onderbouwen van een solide economische basis. Wanneer die puzzelstukken op hun plaats vallen, kunnen NBS-systemen uitgroeien tot een belangrijk fundament onder de duurzame akkerbouw van de toekomst. 

Nature-based solutions across Europe

Farmer Survey on Agricultural Production

Laatst gewijzigd op 6 november 2026