
SPNA onderzoekt druppelirrigatie in uien en aardappelen
Gerichte inzet van water en voeding onder Noord-Nederlandse teeltomstandigheden
Hoe pas je druppelirrigatie toe in uien op zware klei? En hoe ziet aardappelteelt eruit in een toekomst waarin zoet water minder vanzelfsprekend is? Op de proefvelden van SPNA Agroresearch in Ebelsheerd en Kollumerwaard worden dat soort vragen in de praktijk onderzocht. Niet onder ideale omstandigheden, maar juist onder omstandigheden die herkenbaar zijn voor akkerbouwers in Noord-Nederland: zware klei, invloed van zee, beperkte zoetwaterbeschikbaarheid, bruinrotrisico in oppervlaktewater en zout bronwater. Daarmee onderzoekt SPNA niet alleen of druppelirrigatie technisch werkt, maar vooral wanneer het in de praktijk meerwaarde heeft.
Op dit moment lopen er onder meer proeven met druppelirrigatie en fertigatie in uien op Ebelsheerd en in aardappelen op Kollumerwaard. Onderzoekers Bram Lommerts en Willem Spriensma staan dagelijks tussen de proefvelden en vertellen over de aanpak en de eerste ervaringen.
| Laatst gewijzigd op | 1 juli 2026 |
|---|
Wat is de aanpak met druppelirrigatie bij uien?
Druppelirrigatie en fertigatie in uien hebben zich op lichtere gronden al bewezen. Maar werkt hetzelfde systeem ook op de zware klei van Noord-Nederland? Dat onderzoekt Bram Lommerts op Ebelsheerd in opdracht van een externe commerciële opdrachtgever. Het proefveld is verdeeld in drie teeltsystemen: traditionele vlakveldsteelt, uienteelt op ruggen en uienteelt op ruggen met druppelirrigatie. De druppelslangen liggen op ongeveer 5 à 6 centimeter diepte, dicht bij de wortelzone van de ui. Dat is bewust zo gekozen, vertelt Bram. “Een ui wortelt niet heel diep. Dus je moet echt wel vrij aan de oppervlakte zitten om water en voedingsstoffen te geven.”
Omdat de zware klei in het voorjaar lang nat blijft en lastig te bewerken is, zijn de slangen al in september aangelegd. “Wij hebben hier hele zware kleigrond, vanaf 50% afslibbaarheid. Dat betekent dat de ondergrond in het voorjaar lang nat blijft en daarmee pas later goed te bewerken is. Daarom hebben we deze slangen in september vorig jaar al in de grond gelegd.” Afgelopen voorjaar zijn de uien gezaaid: een deel op de traditionele manier en een deel op ruggen, zoals dat bij aardappelen gebeurt. Die ruggen zijn niet alleen gekozen om de slang goed te kunnen plaatsen, maar ook om de ui in losse, fijne grond te laten starten. “Dat is eigenlijk de filosofie,” zegt Bram, “dat die ui dan beter wortelt in die losse, fijne grond.”
Heeft druppelirrigatie meerwaarde voor uien op zware klei?
Op zware klei is druppelirrigatie geen vanzelfsprekende keuze. De bodem houdt van nature lang vocht vast, waardoor telers zich afvragen of zo’n systeem daar wel nodig is. “Dan hoor je ook wel dat telers een beetje sceptisch zijn: is dat wel nodig voor deze grond? Het systeem vraagt extra werk en de slangen zijn maar één seizoen bruikbaar,” zegt Bram. De proeven zijn bedoeld om te laten zien wat er in de praktijk mogelijk is, waarbij SPNA ook de mogelijkheid van bemesting via het slangensysteem onderzoekt. Resultaten zijn er nu nog niet. Daarvoor is de proef te kort onderweg. Wel ziet Bram dat de aanleg op zware klei tot nu toe goed is verlopen. Ook de opkomst van de uien is vergelijkbaar met de traditionele teelt op hetzelfde perceel. “Het is tot nu toe allemaal gelukt en boven verwachting eigenlijk.”
Waarom druppelirrigatie bij aardappelen?
Bij uien is druppelirrigatie al meer gebruikelijk, bij aardappelen nog niet. Toch liggen op Kollumerwaard meerdere aardappelproeven met ruggen waarin druppelslangen zijn aangelegd. Daar gaat het niet alleen om een hogere opbrengst of een betere benutting van meststoffen, maar ook om een steeds urgenter vraagstuk: hoe ga je efficiënt om met schaars zoet water? Willem: “Wij zitten in een gebied waar bruinrot in het slootwater een risico is. Ook bronwater is hier zout. Je kunt dus moeilijk aan zoet water komen. Daarom kan druppelirrigatie interessant zijn: je benut elke liter water efficiënter, vooral in een droog jaar.”
Hij ziet een opkomst van regenwateropslag, waterbassins, gestuurde drainage en andere manieren die akkerbouwers inzetten om zoet water beschikbaar te houden. Dat zijn kostbare oplossingen. Daarom wordt op Kollumerwaard niet alleen onderzocht óf druppelirrigatie werkt in aardappelen, maar ook hoe telers met beperkt beschikbaar zoet water toch gericht kunnen blijven sturen op groei, opbrengst en kwaliteit. Dat gebeurt in complexe proefvelden waarin watergift en bemesting nauwkeurig worden gevarieerd. In een van de proeven worden 168 verschillende bemestingsmethoden getest op vier aardappelrassen. Daarmee kijkt SPNA in nauwe samenwerking met de opdrachtgever niet alleen naar stikstof, maar ook naar onder meer sporenelementen, fosfaat en kali. Zo ontstaat steeds meer inzicht in de vraag welke nutriënten een ras nodig heeft en hoe water en voeding via fertigatie preciezer kunnen worden ingezet.
Hoe meet SPNA of druppelirrigatie in de praktijk werkt?
Om de effecten goed te kunnen beoordelen, verzamelen Bram en Willem gedurende het seizoen veel data. Bij de uien gaat het onder meer om bodemvocht, loofgroei, bolgewicht en bolmaat. In de aardappelproeven kijkt SPNA naar watergift, gewasontwikkeling, opbrengst, sortering en kwaliteit. Ook wordt berekend hoeveel water het gewas per dag verdampt, zodat watergiften nauwkeurig kunnen worden afgestemd op de behoefte van de plant.
Aan zulke proeven gaat veel voorbereiding vooraf. De opzet moet kloppen, de objecten moeten goed vergelijkbaar zijn en de metingen moeten betrouwbare data opleveren. “De proef is voor mij geslaagd als alles volgens plan is verlopen, ongeacht of de uitkomst positief of negatief is,” zegt Bram. Daarin zit de waarde van onafhankelijk praktijkonderzoek: zichtbaar maken wat onder noordelijke teeltomstandigheden werkt, waar de grenzen liggen en welke inzichten akkerbouwers kunnen helpen bij toekomstige keuzes rond water en bemesting. Dat commerciële opdrachtgevers SPNA voor dit type onderzoek als locatie inzetten, wordt zeer op prijs gesteld. Met haar kennis en ervaring draagt SPNA graag bij aan gedegen praktijkonderzoek. “Vaak is het zo: je moet iets gezien hebben, of iets werkt of niet,” zegt Bram.
Meer weten over de lopende proefvelden binnen het thema irrigatie/fertigatie?, ga naar onze onderzoek pagina 'irrigatie' via onderstaande menu.

Onderzoeker SPNA
06 11880320
lommerts@spna.nl

Onderzoeker SPNA
0687177094
spriensma@spna.nl





